Klikzink
Wie een felsdak overweegt of net heeft laten leggen, stelt zich vroeg of laat de vraag: is er onderhoud van een felsdak nodig, en zo ja, hoeveel? Het antwoord is minder eenvoudig dan een ja of nee, omdat het verschilt per situatie, per hellingshoek en per omgeving waarin het dak ligt.
Een felsdak van zink of aluminium is gemaakt om lang mee te gaan zonder dat er iemand op hoeft te klimmen om te schilderen, te coaten of naden bij te werken. De felsnaden zelf, waar de platen mechanisch in elkaar grijpen, vragen normaal gesproken geen onderhoud. Ze zijn waterdicht gemaakt door de vorm van de fels, niet door een kit of afdichting die na verloop van tijd verweert. Dat is meteen het grootste verschil met bijvoorbeeld een bitumen dak, waar de naden en overlappen wel degelijk periodiek gecontroleerd en soms bijgewerkt moeten worden.
Wat een felsdak wel nodig heeft, is een oog dat er af en toe naar kijkt.
De meeste problemen op een felsdak ontstaan niet door het materiaal zelf, maar door wat erop terechtkomt. Bladeren, mos, en vuil dat blijft liggen in een kilgoot of tegen een opstand kunnen vocht vasthouden. Bij zink kan dat op de lange termijn lokale aantasting geven, vooral als het vuil zuurhoudend is, zoals rottend blad. Bij aluminium is dat risico kleiner, maar ook daar geldt: vuil dat blijft liggen, houdt vocht vast, en vocht dat blijft staan is nooit gunstig voor een dakvlak.
Daarnaast is het verstandig om na een storm of na het snoeien van bomen in de buurt even te kijken of er takken of ander materiaal op het dak zijn beland. Een felsplaat is stevig, maar een scherpe tak die tegen een naad schuurt bij wind kan op termijn schade veroorzaken. Ook de aansluitingen bij schoorstenen, dakramen en de dakrand verdienen aandacht, niet omdat de felsplaat daar zwak is, maar omdat aansluitingen in het algemeen de plekken zijn waar afwijkingen het eerst zichtbaar worden.
Hoe vaak dat kijken nodig is, hangt af van de omgeving. Een dak onder bomen vraagt vaker een blik dan een vrijstaand dak zonder overhangend groen. Een plat hellend vlak houdt eerder vuil vast dan een steil vlak waar alles vanzelf afspoelt.
Hier gaat het bij zinken daken vaak mis in de beleving van de eigenaar. Zink verkleurt met de tijd naar een grijzere, mattere tint. Dat is geen slijtage en geen probleem, het is de natuurlijke patinavorming van het materiaal en gebeurt bij ieder zinken dak op vergelijkbare wijze. Er is geen behandeling nodig om dat tegen te gaan, en het is ook geen teken dat er iets mis is met de plaat of de montage.
Hetzelfde geldt voor lichte oppervlaktevariaties bij aluminium, of voor het feit dat een dak er na een paar jaar iets anders uitziet dan op de dag van oplevering. Zolang er geen vuilophoping is, geen zichtbare beschadiging en geen lekkage, is ingrijpen niet aan de orde. Een vakman die tijdens een inspectie constateert dat alles er normaal uitziet, zal ook niet adviseren om iets te behandelen of te vervangen, simpelweg omdat dat niets toevoegt.
Waar het onderhoud wel om vraagt, is een goede uitvoering bij de montage zelf. Hoe de platen precies worden bevestigd en aangesloten, bepaalt mede hoe weinig er later nog naar omgekeken hoeft te worden, en dat leest u terug in ons artikel over hoe felsplaat op het dak wordt gemonteerd.
Wat u nu kunt doen, is simpel: loop een keer per jaar met een blik langs de dakranden en goten, kijk na een storm of er iets is blijven liggen, en let op bij bomen die dicht bij het dak staan. Ziet u iets waar u niet zeker van bent, zoals een plek die anders oogt dan de rest of een goot die steeds verstopt raakt, dan is dat het moment om het te laten beoordelen. Voor de rest vraagt een felsdak weinig van u, en dat is precies waarom veel opdrachtgevers er voor kiezen.